mijn hang naar spotlights

Onderwerp: 15 minutes of fame
Geschreven door: Kaat 

Ooit was ik een fotomodel. De eerlijkheid gebiedt me erbij te vertellen dat ik toen een jaar of vijf was en vooral in naai-, doe het zelf-, punnik- en breiblaadjes stond. Al denk ik achteraf wel dat het me toen zo goed is bevallen, dat fotomodelschap, dat ik altijd wel een hang naar spotlights heb gehouden. 

Ooit was ik, net zoals Esther, bij Ome Willem. Daar schreef ik al eerder over. KLIK

Ooit was ik een fantastische amazone. Elk weekend reed ik wedstrijden en won ik samen met mijn paard/soulmate/allerliefste Masher beker na beker. Als ik niet voorop in de ereronde mocht meerijden was ik op maandag bloedchagrijnig, want dat betekende ook dat ik niet bij de namen in de krant zou staan. Zag ik iets dat op een persfotograaf leek, langs de kant staan, dan deed ik nog meer mijn best om Eerste te worden. Een foto in de krant was het hoogst haalbare. Mijn resultaten werden vooral bepaald door mijn hang naar publiciteit. 

Ooit speelde ik een van de hoofdrollen in het schooltoneelstuk Oidipous. Dat toneelstuk was zo succesvol dat we door menig schouwburg in Nederland werden gevraagd te komen optreden. We kwamen een stuk of zes keer in de krant. Soms met alleen tekst, een paar met een foto erbij. Ik stond meerdere malen met foto in diverse kranten. Mijn persoonlijke hoogtepunt was een immens grote foto in het Parool van koning Oidipous met zijn dochter/zus prinses Antigone in actie. En juist ja, die laatste was ik. Het applaus, het rondtoeren, de media aandacht, ik vond het allemaal zo fijn dat ik ervan overtuigd was dat ik actrice moest worden.

Ooit had ik een huisgenoot die nu een bekend cabaretier is. Wij, zijn hondstrouwe huisgenoten, gingen vaak mee als hij moest optreden. Bijna huilend van trots keken we toe hoe hij het Groninger Studenten Cabaret Festival won en we vonden het natuurlijk fantastisch om mee te gaan naar de tv optredens die op zijn overwinning volgden. Omdat ik klein ben, mocht ik vaak vooraan staan. En al was het dan wel niet mijn fame maar het zijne, ik vond het best prettig op tv. Op de radio trouwens ook. Het allerleukste was dat er een of ander obscuur radioprogramma een uitzending aan mijn huisgenoot besteedde en er werd opgenomen in onze keuken en wij, zijn huisgenoten, ook aan het woord kwamen. Mijn radiostem klonk dan wel niet zoals ik mijn stem zelf in mijn hoofd had en ik schrok een beetje omdat ik mezelf wel heel erg bekakt vond praten. Leuk was het wel. Ik overwoog zelfs een carrière als dj.  

Ooit stond ik in de Elle. Ik deed mee aan een artikel over vrouwen van 18, 28 en 38. De middelste leeftijdsgroep daar hoorde ik bij. We kregen vragen voorgeschoteld over hoe we nu in het leven stonden en of dat anders was dan tien jaar ervoor. Het is een mooi artikel geworden al zou ik de antwoorden die ik vijf jaar geleden gaf, nu niet meer geven. Maar dat is ook het mooie aan het artikel. Over vijf jaar gaan ze me weer benaderen, kom ik weer in de Elle en moet ik dezelfde vragen beantwoorden. Ik heb nu al zin de fotoreportage. Heerlijk vond ik het getut, opgemaak en het kleren passen. Maar het allerheerlijkst vond ik de fotoshoot zelf. Die hang naar spotlights heb ik altijd gehouden.

28 09 07 | # | 12:24 | kaat | zes reacties




Een vette joint en het Pater Noster

Onderwerp: 15 minutes of fame
Geschreven door: Octavie

'Molemmat kuljetettiin onnettomuuspaikalta hoidettavaksi Jyväskylään, Keski-Suomen keskussairaalaan?' vraagt de hippe jongeman terwijl hij een microfoon onder onze neuzen steekt.

Man en ik zitten op een bankje in het park dat de luxueuze Esplanadi in tweeën deelt. Onze eerste vakantie samen, in Finland, Helsinki. Ik kijk op en schrik me een hoedje van de gigantische filmcamera die op mijn te blote vakantiejurkje is gericht. 'Watte?'
De hippe Fin seint zijn cameraman dat hij het ding even uit moet zetten en haalt diep adem. In zwaar aangezet Engels legt hij uit dat hij van de Finse televisie is, van een soort opinieprogramma. 'Where do you come from?' wil hij weten. 'Holland, Alankomaat' anwoorden wij braaf. Oh, nou, haha en wonderful. Hij maakt het universele jointgebaar en grijnst. We komen prima van pas want hij wil graag onze mening horen over de actuele Finse kwestie dat bedrijven hun werknemers willen gaan testen op druggebruik. 'If they find out you used drugs, you will be fired.' Man en ik kijken onnozel. Testen? Bedrijven? Druggebruik? Maar voor we het weten zoomt de camera in op mijn hoofd en stelt de Fin zijn vraag opnieuw, na een onverstaanbare Finse intro met veel schalkse lachjes en veelbetekenende gebaren. 'Eh ridiculous,' hoor ik mezelf zwetend zeggen. En 'eh stupid'. En 'eh totally wrong.' 
Ik zie de hippe Fin zuchten. Van zo'n naughty, wietrokend, XTC-vretend, cokesnuivend Hollands meisje had hij vast meer eloquentie verwacht. Hoe dan ook: een halve minuut fame op de Finse staatstelevisie.

Vroeger heette het nog gewoon revue, tegenwoordig zou men het musical noemen. Want musicals zijn nogal hot. Enfin, ik deed in die dagen nog zo hier en daar eens wat aan klassiek ballet en werd tussen neus en lippen door gevraagd om een regionale revue vol te dansen. Nu klinkt de combinatie dans en revue misschien een beetje naar slanke dames met te veel make up en blauwe plumeau's in de kont, maar ik kan u verzekeren: ik had geen plumeau's in mijn kont. Het was een keurige revue met een net dansgroepje dat hier en daar de gaten in het scenario moest opvullen. Zo trainde ik braaf iedere maandagavond na college met onze choreografe en iedere donderdag met het hele ensemble, tot aan de optredens. Er waren veel optredens. Wel vijftien ofzo, door de hele regio. En omdat dat nog steeds niet de hele vraag bevredigde, werd er een video-opname gemaakt die verkocht kon worden aan een groter publiek. Ja mensen, we waren een hit met onze revue. 
De videotape heb ik nog steeds. Drie uur ongemonteerde revue vereist veel doorspoelvaardigheden als je alleen je eigen dansjes nog eens wil bekijken. 'Ben jij dat?' vroeg Man verbaasd, toen hij onlangs voor het eerst geconfronteerd werd met mijn dansverleden. Ja, die met die blonde knot, dat strakke pakje en die bruine laag plamuur, dat was ik. Ik knikte en verdedigde de visagistes aarzelend. 'Goed lelijk,' besloot Man. En ik heb het laatste dansje met die bezems en die kortje schortjes maar gelaten voor wat het was. Sommige dingen mogen mysterieus blijven in een relatie. Dat de hele provincie mij in mijn worstenpak en met vieze bruine TV-make-up heeft gezien, toe maar.

In de laatste klas van de basisschool moest er een hoop gezongen worden. Voor de afscheidsmusical, de kerkliederen voor het vormsel, voor de verjaardag van onze besnorde meester. Het viel hier en daar wat mensen op dat ons klasje een vrij aardig zanggehalte herbergde. Dat kon niet aan mij gelegen hebben want ik zong en zing nog steeds zo vals als een oud mannetje. Hoe dan ook, onze dorpsdiaken, tevens musicus en groot liefhebber van Gregoriaanse (Latijnse kerk-)liederen moest ons hebben. Hij zat in een landelijke commissie die het Gregoriaans wilde promoten. Er moest meer Gregoriaans gezongen worden in de wereld! Er kwam een heel marketing- en PR-plan voor het Gregoriaans in Nederland. Nooit eerder van gehoord, van deze campagne? Nee? Gaat u zich schamen zeg! 
Een onderdeel van deze Gregoriaanse campagne was een promotiefilmpje. Geen idee waar het ding uitgezonden moest gaan worden en of dat überhaupt ooit is gebeurd, maar deze chick stond erop te galmen. Regina caeli laetare/quia quem meruisti portare/alleluja/resurrexit sicut dixit/alleluja/ora pro nobis deum/alleluja. En het Pater Noster natuurlijk. Ik kan geen kerk meer binnengaan zonder in mijn hoofd het Pater Noster te kwelen. Laatst betrapte ik me op het Regina caeli tijdens het stofzuigen. Ik ben benieuwd hoeveel mensen zich tot het Gregoriaans hebben bekeerd naar aanleiding van mijn vrome hoofdje in het promofilmpje. In ieder geval strekt mijn faam zich uit tot over de grenzen van het bisdom. Hallelujah.


26 09 07 | # | 14:12 | octavie | zes reacties




15 minutes of pain

Onderwerp: 15 minutes of fame
Door: Polle

Het is een teleurstellend gegeven: mijn minutes of fame zijn minuten die achteraf bezien vaak beter niet hadden kunnen plaatsvinden. Tijdens mijn beroemde momenten kom ik meestal nét niet helemaal goed uit de verf. De combinatie Polle en fame is een niet zo succesvolle. Een pijnlijke countdown:

1 minuut
Er werd een opvanghuis voor onbehuisde mannen gebouwd. De koningin kwam het tehuis openen. Ik was een van de frisse kindertjes die de welkomsthaag voor Bea vormden. In een feestjurkje, met een vlaggetje in de hand, zwaaide ik dat het een lieve lust was. Trix liep wuivend langs, de televisiecamera’s registreerden.
’s Avonds zat ik vol verwachting klaar om naar het Jeugdjournaal te kijken. Ik zou op tv komen! Ik kwam in beeld. Of eigenlijk: mijn vlaggetje kwam in beeld. Mijn eerste beroemde minuten waren niet weggelegd voor mij, maar voor een roodwitblauw wapperend papiertje dat ik vasthield. Wat een teleurstelling.
(1 minuut pain geleden, nog 14 minuten fame in het verschiet)

4 minuten
Ze vroegen me of ik mee wilde zingen in een nieuw samen te stellen kinderkoor. Uiteindelijk, zo was de bedoeling, zou er een lp door het koor volgezongen worden in de stijl van de Leidsche Sleuteltjes, Kinderen voor Kinderen.
Zoiets. Dacht ik.
Leuke kinderliedjes. Dacht ik.
In een blauwe ribfluwelen tuinbroek met daaronder een geruite blouse breeduit lachend op de lp-hoes staan. Dacht ik.
Tijdens de eerste repetitie bleek dat het om een christelijk kinderkoor ging. Op de tekst “Op de dag van de Messias eten wij het vlees van monsters”, zong ik de longetjes uit mijn atheïstische kinderlijf. Het waren helemaal geen leuke liedjes. En op de lp-hoes kwam ik ook al niet. In plaats daarvan een stemmige foto van kale bomen in de nacht. Wat een teleurstelling.
(5 minuten pain geleden, nog 10 minuten fame in het verschiet)

3 minuten
Ik zat op de Pabo en tijdens mijn stage raakte ik na het geven van een aantal gymlessen mijn stem kwijt. Zoeken leverde niets op, dus moest ik logopedielessen volgen. Als oefening voor het spreken op huiskamervolume las ik kinderboeken voor. Met mijn spreekstem bleek niets mis. De sessies werden opgenomen en gebruikt als luisterboek op scholen voor kinderen met een spraak-taal achterstand.
Groot probleem bleef het verheffen van mijn stem. Maanden achtereen stond ik iedere week tegenover een logopediejuf te roepen. “HELA. HOLA. HUPLA. IEAAAAAAA.” Het was afschuwelijk. Het was angstaanjagend, alsof ik een excorcistkloon was.
De logopedieruimte bleek nogal gehorig. Als ik na afloop van de les mijn jas uit de wachtkamer haalde, kropen de wachtende en niet in staat tot het uitspreken van de s en r-kinderen onder de rok van hun moeder weg. Ze waren bang voor het monster dat slechts in staat leek tot het uitstoten van oermensklanken. Wisten zij veel dat die enge vrouw dezelfde was als de stem die zo lief voorlas op de bandjes waarnaar ze op school luisterden? Beroemd zijn voor publiek dat bang voor je is, dan doe je toch iets verkeerd. Wat een teleurstelling.
(8 minuten pain geleden, nog 7 minuten fame in het verschiet)

2 minuten
Ik ben een tijd lang haarleverancier geweest. De kapper bewaarde mijn afgeknipte rode, snelgroeiende en dikke haar om er pruiken van te maken. Die pruik van Bassie? Het zou zomaar kunnen. Wat een teleurstelling.
(10 minuten pain geleden, nog 5 minuten fame in het verschiet)

5 minuten
Ooit liep ik met mijn vorige hond, een lieve lompe boxer, een hondenmodeshow. Natuurlijk niet omdat dat mijn favoriete zondagmiddagbesteding was. Een weldenkend mens doet niet zulke rare dingen. Het was een vriendendienst die ik verrichte.
Hond kreeg een petje op en een geruit jasje aan. Ik werd in een afzichtelijke matching outfit gehesen. We betraden de catwalk na een in het blauw fluweel gestoken frettenechtpaar. Toen zag ik de camera’s van SBS6.
Hond en ik kwamen on national tv. Het was een schaamtevolle vertoning. Wat een teleurstelling.
(15 minuten pain geleden, en niet van plan er ooit nog minuten aan toe te voegen)



23 09 07 | # | 20:31 | polle | tien reacties




Mijn claims to fame

Onderwerp: 15 minutes of fame

Geschreven door: Esther


Camera’s, TV-studio’s en TV-programma’s bijwonen zijn hele gewone dingen voor een Goois kind. Leer mij het eerste Gooise kakkind kennen dat nog nooit een camera in z’n snufferd heeft gehad. Ik ben er zo eentje en floreer in de fame-minuten- toch kostte het me moeite me die momenten allemaal voor de geest te halen. Omdat het niet als bijzonder voelde, maar als best wel gewoon. Heel gek, eigenlijk. 

Mijn eerste vijf minuten eiste ik als driejarige op bij Ome Willem. Mijn moeder, die TV-quizzen testte als proefkandidaat, had een plekje tussen het peuterpubliek voor me kunnen bemachtigen en net als alle andere kinderen werd ik geschminkt en kreeg ik een hoed op. Helemaal vol van mijn nieuwe uiterlijk riep ik middenin de opnames: ‘Ome Willem! Ik heb een hoed!’ Ik mocht bij hem komen, op zijn schoot zitten en vertellen hoe mooi ik mezelf vond. Topvent, die Ome Willem. Een week later stonden hij en ik samen op de voorpagina van de Televizier en die pagina zit, vergeeld en verkreukeld, inmiddels al meer dan dertig jaar in een fotoalbum van m’n ouders geplakt. 

Als achtjarige mocht ik auditie komen doen om een hoofdrol te spelen in een schoolTV-aflevering. Van alle meisjes las ik het beste voor, daar ben ik nog steeds van overtuigd, maar het mooie, vrolijke, blonde meisje dat niet zo goed voorlas kreeg de hoofdrol. Dat was even slikken. Met mijn norsige hoofd en stroblonde piekhaar mocht ik wel een bijrolletje vervullen, wat inhield dat ik van Hans Dagelet, die ik een hele enge man vond, een boek moest lenen in het decor van een zogenaamde bibliotheek. Dat heb ik vast niet met verve gedaan en ik heb de aflevering geloof ik nooit teruggezien. Of het uit mijn geheugen geblockt. 

Vanaf mijn veertiende ging ik met vriendinnen elke week naar de opnames van Countdown in Bussum. Wat een feest was dat! We zagen alle ‘hippe’ artiesten langskomen, speelden enthousiast onze rollen als klapvee en keken bewonderend naar Simone Walraven en kwijlend naar Adam Curry. Aangezien deze laatste voor de camera’s leuk was, maar daarbuiten een dooie zombie leek, was dat kwijlen snel over. Maar een feest bleef het. Hoogtepunt was dat ik tegen een muur geleund op een foto sta, met George Harrison op de voorgrond. Ik met een Beatle op de foto! Dieptepunt is dat ik de enige ben die mijzelf op die foto herkent, omdat er een schaduw op mijn gezicht valt die mijn neus lang en puntig en vooral onherkenbaar maakt. ‘Dat ben ik, echt!’ heb ik heel vaak moeten zeggen. Een ongeloofwaardige claim to fame dus, maar ik weet het zeker. Dat ben ik daar, met die enge wipneus, met George op de voorgrond. Echt, heus waar. 

Club Veronica, zegt iemand dat nog wat? Ik was lid van het blad en vast voornemens mezelf een plek in die club te schrijven. Dat lukte- door een scenario voor een kerstspecial te schrijven werd ik uitgenodigd om een dagje ‘TV te komen maken’. Uit dat dagje zouden weer mensen geplukt worden voor een weekje cursus, en daaruit zou de uiteindelijke club mensen gehaald worden die een jaar lang Club Veronica mochten maken.Toen ik voor het dagje kwam, bleek ik nergens op een lijst te staan- story of my life. Ik was al sippend halverwege de uitgang, maar werd teruggehaald omdat ik toch mocht blijven. Daaruit volgde dat ik voor de week mocht komen. En dat was me een afschuwelijk weekje! Ik leerde daar dat ik in het echt best te pruimen ben, maar voor de camera op een weekachtige broodsoort lijk waar een sloom, bekakt geluid uitkomt. En het ellebogenwerk dat de andere Club-Veronica’ers-in-spe in huis hadden bleef me verbazen. Tot overmaat van ramp kreeg ik de laatste dagen last van een vastzittende contactlens na een nacht doormonteren. Dat resulteerde in het nooit meer kunnen dragen van contactlenzen.Uiteraard werd ik niet de gedroomde televisiemaker na die week, maar Veronica en ik, dat was geen match. Heel erg vond ik dat dus niet. Dat ik weer aan de bril moest vond ik veel erger. 

Volgens mij zit ik zo al aan die 15 minutes. Veel fame heb ik er niet aan overgehouden en dat past ook niet bij mij, dus gelukkig maar. Met mijn kop op de achterkant van een boek en daar dan de inhoud van geschreven hebben, dat lijkt me nog wel ’s wat. Als dan maar niet iedereen denkt dat het boek over broodsoorten gaat.



21 09 07 | # | 23:38 | esther | veertien reacties




Beroemdheid, gemeten met de stopwatch

onderwerp: 15 minutes of fame
door: Zezunja

Wij webloggers zijn wereldberoemd. En als meneer Warhol in '68 had geweten van het fenomeen webloggen, dan had-ie ons, everyone, vast iets meer dan 15 minuten gegund. Dus voor mijn opdrachtje stel ik voor dat we onze dagelijkse beroemdheid niet meetellen. Geen weblogs, geen journalistiek, geen communicatie- en pr-dingen. Tenzij de anekdotes zo ongebruikelijk zijn dat ze niet meer onder de noemer 'dagelijks' vallen.

Lieve niet-lieverds, als jullie de 15 minutes of fame uit jullie leven zouden samenvatten, waar komen jullie dan op uit? Als het erg veel is, mag je uiteraard een selectie maken. Dat doe ik ook.

Als ik wat memorabele minuten bijeen sprokkel, ziet mijn routetijdentabel er zo uit. Zet de stopwatch maar aan; we tellen minuten, seconden en honderdsten van seconden.

00.00.00-00.00.78
Als lid van de Dolly Dotsfanclub mocht ik toen ik een jaar of elf was met een vriendinnetje en haar moeder naar de fanclubdag in de Brabanthallen in Den Bosch. Het eerste deel van het concert werd geplaybackt, zodat het kon worden uitgezonden op tv(!). Daags erna zat ik vol spanning voor de televisie: dit zou mijn doorbraak worden, ik had een grotemensenconcert bezocht en iedereen zou dat kunnen zien. Toen de camera zwenkte naar de plek waar ik ongeveer stond, verscheen er een zwart Madonnahandschoentje met halve vingers in beeld en ik wist het zeker: dat was ik. Het idee dat in 1985 vrijwel niemand niet zo'n handschoentje droeg, kwam niet bij me op. Ik was op tv geweest en daarmee uit.

00.00.78-04.00.00
Mijn boezemvriend en gitarist Dwarzand en ik schreven in 1993 onbegrijpelijke gedichten voor Nederlandstalige bloemlezingen die samengesteld werden door een Nepalees die geen Nederlands sprak. Omdat we de gedichten in samenspraak maakten, kozen we een pseudoniem dat een anagram was van ons beider voornamen: Tjeerd Manara. Al onze gedichten bestonden uit niet-bestaande woorden die weer anagrammen waren van ons beider voor- én achternamen. Het mooiste gedicht was Arm Faublich met zinnen als Laterhand Laterhuid Builenmacht in Jadertalen, Rafeltand Rafelruit Buitenlach in Haremdralen. De Nepalees bundelde ze niet alleen, maar verspreidde ook posters op straat met de gedichten in grote letters afgedrukt. En zo kwam het dat Tjeerd Manara een week lang op verschillende plekken in het centrum hing. Arm Faublich op het Spui.

04.00.00-09.00.00
Met een groep jeugdonderzoekers heb ik rond mijn achttiende een paar jaar jeugdonderzoek gedaan. Toen een van de grotere onderzoeken werd afgerond, werd ik prompt aangewezen als woordvoerder van de groep. Dat stond wel mooi waarschijnlijk, een goedgebekte tiener: kijk eens hoezeer wij de jeugd bij ons onderzoek betrekken. Gevolg was dat ik met uitgelopen make-up en lijkbleek op AT5 verscheen - wist ik veel dat televisie niet flatteert. Vervolgens werd ik door wijlen Willem Ekkel op zijn eigen hufterige wijze verleid om in het Radio 2-programma Dubbellisjes mijn telefoonnummer te noemen. Waarna er nog een sessie van een uur volgde bij Radio Noord-Holland waarin de presentator vroeg of ik er altijd uitzag alsof ik net uit mijn bed kwam. Je schamen voor je uiterlijk, terwijl je op de radio bent, doe het me maar eens na.

09.00.00-10.00.00
Mijn oog. Als ik zou zeggen dat-ie levensgroot in de krant stond, zou ik liegen. Hij stond groter dan levensgroot in de krant. Als ik zo'n oog zou hebben, zou mijn hele gezicht uit oog bestaan. Het kwam zo: als stagiaire doolde ik wat rond op de featureredactie van het Brabants Nieuwsblad (BN). Iemand greep mij bij mijn arm. 'Heb je wat te doen?' En voor ik kon antwoorden, stond er een fotograaf met een ultra-telelens op tien centmeter afstand. Een kwartier en twee traanogen later, ging men over tot de orde van de dag. De volgende dag was mijn oog beroemd. Het stuk dat ernaast stond, ging over contactlenzen.

10.00.00-12.30.00
We stuurden de cd van Scrabeus naar talloze media, want wij zouden beroemd worden en toernees aangeboden krijgen, besloten we. Iemand vroeg ons of we in het nieuwe programma van Martin Simek op Nederland 3 wilden optreden. Denkend aan zijn interviewprogramma's, zeiden we ja. Het nieuwe programma bleek echter te bestaan uit het wekelijks opentrekken van een blik malloten. Tot overmaat van ramp zei Simek tegen mij. 'Jeauw muzikanten zijn niet nodiek, doe jeej het maar a capella.' Dat ging mis, en dat werd uitgezonden. Er keken een half miljoen mensen. Een paar dagen later werd de cd letter voor letter en noot voor noot besproken in het eerste half uur van Volgspot op Radio 2. Ik lag in bad te luisteren. We werden met de grond gelijk gemaakt. Dat de muzikaal regisseur van het Radio Filharmonisch Orkest in dat programma zei: 'Maar dat meisje, dat heeft wel wat', kon niet voorkomen dat ik na afloop heb geprobeerd mijzelf in bad te verdrinken.

12.30.00-15.00.00
'Jullie hebben wel een heel uitzonderlijke vriendschap', zei de televisiemaakster tijdens een etentje. En dat kwam mooi uit, want ze was net een programma aan het maken over bijzondere relaties. 'Maar dat mogen ook vriendschappen zijn hoor'. En zo werd het feit dat mijn toenmalige boezemvriend en ik elke nacht bij elkaar sliepen, maar verder een puur platonische relatie hadden, het onderwerp van een televisiereportage. Een reportage in een serie die, naar veel later pas bleek, Liefdesbewegingen heette. Een serie waarin, zoals de naam al doet vermoeden, helemaal geen plaats was voor vriendschappen.
Maar dat was geen probleem voor de editors. Je gooit een zinnetje in beeld: Zezunja en zusenzo hebben een relatie maar doen het ook nog met anderen. Ze zijn niet jaloers op elkaar., je husselt de antwoorden uit het interview zodanig door elkaar dat het zinnetje klopt, en klaar is kees. En omdat RTL5 alles nog vier jaar lang herhaalt, werden ik en mijn omgeving (lees: de mensen met wie ik wél een relatie had) nog jarenlang herinnerd aan deze wijze les: tv is één grote leugen.



20 09 07 | # | 13:52 | zezunja | veertien reacties




Gezegend met goede genen

onderwerp: Botox, ja of nee?
geschreven door: Kaat

Had ik al eens verteld dat ik ijdel ben?

Dat is niet waar.

Ik ben enorm ijdel.

Zelfs als ik in mijn joggingpak en make-uploos naar de bakker om de hoek ga, denk ik na over welke joggingbroek het beste bij mijn gympen en t-shirt past. En ik trek mijn haar in een nonchalante staart, die nonchalant moet lijken maar waar dus wel over nagedacht is. Een beetje vaseline op mijn lippen voor de gloss en mijn kijk – ik – kom – net – uit – bed – maar – ik – ben – heus – wel – beeldig – look is klaar. In mijn haren heb ik highlights. Omdat ik heel donker haar heb, word ik zonder lichte plukjes heel bleek in mijn gezicht. Mijn haren worden, nadat de eerste grijze haar het levenslicht zag, sowieso geverfd. Grijze haren worden in mijn haar niet langer dan 5 millimeter. Ik gebruik doordeweeks foundation, poeder, maar dan wel op een manier dat ik geen masker op mijn gezicht heb. Het moet namelijk allemaal wel lijken alsof het mijn eigen schoonheid is. Nonchalant is mijn kernwoord. Make-up gebruik ik verder niet overdadig. Mascara, eyeliner, lipgloss, en klaar. Ik ben weer beeldig. Beeldig is namelijk ook mijn kernwoord.

Had ik net verteld dat ik enorm ijdel ben?

Dat is niet waar.

Ik ben extreem ijdel.

Overmatige lichaamsbeharing daar voer ik dagelijks oorlog tegen. Ik kan me de hele dag bezighouden met een opgemerkt haartje bij mijn wenkbrauw en daarmee bij thuiskomst meteen korte metten maken. Bikinilijn, oksels en benen, worden bijna dagelijks bijgehouden. En ik onteelt mijn voeten zelfs in de winter. Zomerklare voeten, die ken ik niet. Bij mij zijn ze altijd klaar.

Pff, het is me toch wat. Je zou maar extreem ijdel zijn. Maar hoe moet dat dan in de toekomst, hoor ik je vragen. Nou dat ga ik verklappen. Daar maak ik me niet zo veel zorgen over. Ik ben namelijk gezegend met goede genen. Mijn moeder, oma’s en tantes zijn prachtig oud geworden en worden nog steeds jaren jonger geschat. Die paar rimpels die ik nu heb, vind ik eigenlijk wel leuk en voor het onderhoud en de conservatie gebruik ik duurdere crèmes en drink ik veel water. Mocht het toch heel dramatisch worden, dan zou ik zeker niet aan de botox gaan. Ik vind botox namelijk eng. En ik ben er eigenlijk stiekem wel trots op dat ik zo veel expressie in mijn gezicht heb. Botox schijnt een expressie moordenaar te zijn, dus daar doe ik mooi niet aan mee. En snijden vind ik ook eng. Ik moet iets kleins aan mijn ogen laten doen waar ik al doodsbang voor ben, laat staan dat mijn hele gezicht opengesneden wordt, daarna gladgetrokken en met een soort van knoopje achter mijn oren wordt vastgezet. Jaiks, daar wil ik toch echt niet aan denken. Bovendien wil ik geen Conny B./Patty B.-achtige omhoogstaande katachtige ooghoeken, hoe leuk ik poezen ook vind.

Dus alhoewel ik dus extreem, enorm en verschrikkelijk ijdel ben, voor mij geen botox of plastische chirurgie, maar crèmes, water en gezegend met goede genen. Een geruststellende gedachte.

Polle en Luna zullen aan deze reeks niet deelnemen.



16 09 07 | # | 20:06 | kaat | acht reacties




Waar is de strijkplank als je 'm nodig hebt?

onderwerp: Botox, ja of nee?
geschreven door: Zezunja


De strijkplank als niet bestaand product in mijn huishouden.
Ooit had ik er wel een, die stond ergens in een hoek te verstoffen, met handtasjes eraan, en dusters. Maar ik ben de plank onderweg al boedelscheidend ergens verloren en ik moet zeggen: de neiging om iets te strijken steekt slechts één keer per jaar de kop op, en die valt best te onderdrukken.
Botox is van hetzelfde laken een pak. Ik weet pas sinds kort wat het precies is en ik weet al sinds lang dat het zonde is om gezichtsuitdrukkingen weg te spuiten. De neiging om zo nu en dan mijn frons glad te strijken, kan ik best onderdrukken.

De strijkplank als schouderophalenswaardig product.
Men vraagt mij wel eens: 'Maar strijk jij dan niet?' (met de intonatie van boven naar beneden). Nou nee, ik strijk dus niet. Ik heb nauwelijks kleren die gestreken moeten worden en als er een keer iets is, dan strijk ik op tafel. Who needs een strijkplank?
Mijn uiterlijk is iets waar ik in grote lijnen eveneens mijn schouders over ophaal. Ik streef naar onderhoudsvrij, ik had niet voor niets dreads en nu vlechtjes. Vergelijk het maar met een strijkvrije garderobe. Als je eenmaal washandjes gaat strijken, is het einde zoek. Kijk, als de nood hoog is, piep ik wel anders - zie verder het op tafel strijken. Maar streven naar de ideale kreukelzone, of überhaupt, het ideale uiterlijk: dat heb ik al opgegeven toen ik nog een beugelbekkie en een stomme pestbril had.

De strijkplank als statussymbool.
Het hebben van een strijkplank is misschien niet zo statusverheffend, maar het niet hebben van een strijkplank is wel uitermate statusverlagend. Men schaamt zich plaatsvervangend voor mij en men is waarschijnlijk oprecht bezorgd over mijn voorkomen op officiële (burp) gelegenheden.
En terecht, ik ben een sloddervos. Een gestreken t-shirt is voor mij net zo bizar als een grote cosmetische ingreep. Ik probeer schoon te zijn, en soms ook mooi, en daarmee houdt het wel zo'n beetje op.

De strijkplank als teken van jeugdigheid.
Toen ik jong was, turnde ik veel en gedisciplineerd. Jaren achtereen. Op mijn vijftiende stopte ik met turnen met een lijf als een strijkplank. Ik kon elke spier spannen als een boomstammetje. Vervolgens heb ik vijftien jaar sportloos geteerd op mijn vliegende start als strijkplank. Ik was een gezegend mens, maar ik ben nu in de dertig en ik moet me geen illusies maken. Die strijkplanktijd botox ik niet meer terug.

De strijkplank als rolmodel in een tietloos bestaan.
Er zijn maar weinig turnsters met echt dikke borsten. Bovendien heb ik mijn genen niet mee. Ik wacht al sinds mijn twaalfde op die bos hout voor de deur en het is ongelooflijk, maar waar: ik heb het opgegeven. Ik wacht niet meer. En ik ga ook niet sparen om met allerlei operaties mijn wachttijd alsnog te gelde te maken. Ze kunnen de boom in met hun bos hout.

De strijkplank als uitstervend deel van mezelf.
Mijn turntijd is definitief voorbij. Alle vormpjes waardoor men nog jarenlang dacht dat ik een atletisch type was, zijn langzaam uitgelubberd. Het voordeel is dat je borsten ook groeien als je dikker wordt, het nadeel is dat de strijkplank definitief verleden tijd is. Afscheid nemen van een strijkplank die je niet eens had, ga er maar eens aan staan.

De strijkplank als paradox
En dan maar hopen dat je blijft schouderophalen. In een wereld van bruiloften en begrafenissen, waar een strijkplank noodzakelijk lijkt. Met een zelfbeeld dat plots vier maten groter is. Quote mijn moeder: 'Jij moet eens van het idee af dat je je hele leven maat 36 zult blijven houden.' Wat?! En maar schouderophalen. En maar volhouden dat je geen strijkplank hebt, en dat je die ook niet hoeft. En als de nood echt hoog is, gewoon, schouderophalend, wat op tafel strijken. Een spek en boneningreep. Botox als liktatoeage. Ja. Nee. Een beetje. Zoiets.

14 09 07 | # | 16:35 | zezunja | vijf reacties




Ik geloof niet in sprookjes

Onderwerp: botox ja of nee
Geschreven door: Octavie

U gelooft het misschien niet, maar ik ben nogal een slons. Maar dan wel een schizofrene slons. Waar ik van de ene kant met gemak zonder make-up, met ongekamde haren en mijn noodbril waar de verf van afbladdert op een terrasje ga zitten, daar ga ik van de andere kant zowat dood als ik mijn haar opeens onverklaarbaar tot stro is gemuteerd. Ik epileer mijn wenkbrauwen vrij regelmatig, ik verf mijn haar, ik scheer mijn benen, oksels en bikinilijn en ik wax mijn snorretje weg. Maar dat moedervlekje op mijn rug dat eigenlijk best lelijk is, dat laat ik niet weghalen. Kom op zeg, het is wel míjn moedervlekje, en dat ga ik niet uit laten snijden omdat andere mensen het misschien ugly vinden. En nouja, ook wel omdat ik bang ben voor de gruwelijke reuzescalpel van de huisdokter. Toe maar.

Weet u, als ik mijn kleren aanheb dan zie ik er best goed uit. Ik heb een fijn maatje 36 in mijn slim fit spijkerbroek, een leuke kont, slanke benen, blond kopje piekhaar en grote blauwe ogen. Best een aardig pakketje. Dat ik onder de douche een heel ander uiterlijk heb met overhangend buikvel, kleine borsten, striae, her en der een zwarte haar en pukkels, dat interesseert me eigenlijk niks. Dat is gewoon zo. Als ik op het strand loop, of in het zwembad, zie ik nog wel ergere dingen. En ik heb Man nog nooit horen klagen. Ook niet over het door de bevalling verwoeste oorlogsdrama onder de gordel trouwens. En ik ben er eigenlijk wel trots op, op dat drama. Ik heb maar mooi een negenponder gebaard. Doe me dat maar eens na.

De documentaire van Sunny Bergman heb ik nog nooit gezien. Eerlijk gezegd boeit het me niet zo. Ik vind haar nogal een opgewonden standje. Ik lees wel eens glossy's maar die slankgesneden meiden op de voorpagina brengen me niet aan het twijfelen over mijn eigen lijf. Ik hoef ook niet te weten of ze nu wel of niet gephotoshopt zijn. Mooi zijn ze toch wel, daar worden ze op uitgezocht. En hee, naar een mooie vrouw is het tenslotte lekker kijken. Het is net als met sprookjes en feelgoodfilms. Sprookjesverhalen zijn mooi en lieflijk en spelen zich af in een prachtige wereld, maar de werkelijkheid is anders. In de werkelijkheid is er armoede, een hoop oorlog en lelijkheid. Ik geloof niet in sprookjes. Maar zo af en toe kan ik me lekker laten meeslepen in een Amerikaans verhaal vol volmaakte liefde en groepsknuffels. Als Man vervolgens een scheet laat en Dochter een driftbui krijgt, is dat voor mij geen reden om naar wonderful Sprookjesamerika te verhuizen. Amerikanen laten ook scheten. Misschien niet in de film, maar thuis echt wel.

Het maatschappelijke probleem dat jonge meisjes zich te veel zouden optrekken aan de plastic beauty in bladen en op tv, tja. 
Ik denk eerlijk gezegd dat het een probleem is dat van onderop komt, in plaats van bovenaf, zoals vaak gesuggereerd wordt. Het zijn misschien de bladen waarvan ze in de war raken, maar als aan de wortel iemand staat die zelfverzekerdheid predikt, dan geloof ik dat het goed komt. Pubermeisjes zijn natuurlijk onzeker en vatbaar, maar pubermeisjes moeten ook leren wat fictie en wat werkelijkheid is. Op maat gesneden schaamlippen zijn fictie. Er zijn vrouwen die dat laten doen, maar dat zijn rare vrouwen. Schattige neuscorrecties zijn fictie. Er zijn vrouwen die dat laten doen, maar die heten Paris Hilton. 
En hier, beste mensen, op het kruispunt van waarheid en nep, komen pa en ma, u weet wel, dat ouderwetse instituut van het ouderschap, om de hoek kijken. Ouders lijken mij persoonlijk dè aangewezen mensen die onzekere, vatbare pubermeisjes door het sprookjeswoud van de gecorrigeerde schaamlippen kunnen loodsen. Niks geen bladen met een Antiphotoshopkeurmerk op de cover. Nee, pa en moe die hun kroost gedegen, zelfverzekerd en zonder fratsen opvoeden. Geen snijerij, uitzuigerij, geen botox, je bent goed zoals je bent en die meisjes in de Yes hebben drie lagen plamuur op hun jeugdpuistjes. En nu subiet aan tafel, de stamppot wordt koud.
Conservatief hoor. 
Goh joh, dat had ik nou niet achter mezelf gezocht.

Maar goed. U zit natuurlijk nog steeds in uw maag met het feit dat ik mijn snorretje wax en mijn wenkbrauwen epileer.
Fout dus eigenlijk.
Maar ik doe ook een ketting om en draag een ringetje. Van hetzelfde laken een pak.
Kom op. Ik ben een vrouw en een vrouw moet wel zo af en toe eens aan zichzelf plukken en wat bling omhangen.
Dat deden we al in de prehistorie dus dan zal het wel goed zijn.
En als Dochter in de douche in mijn overhangend buikvel knijpt en grijnst dat mama een dikke buik heeft, dan lach ik breed. 
En roep ik oprecht trots dat dat komt omdat zij daarin gewoond heeft.



13 09 07 | # | 11:13 | octavie | dertien reacties




Botox ja of nee?

Onderwerp: Botox, ja of nee?
Geschreven door: Esther

Spiegeltje, spiegeltje aan de wand.. vertel me eens, wat is er aan de hand?

Nou, spiegeltje, heel wat. Laat ik bovenaan beginnen. Dat hoofd, dat gaat nog wel, alhoewel dokter Schumacher maar wat graag zijn scalpel in mijn onderkinnetje zou willen zetten, vermoed ik. Rimpels heb ik nog niet echt, behalve die diepe denkgroef; da's een kandidaat voor collageenvulling. Maar ik vind 'm wel leuk, het laat zien dat ik weleens nadenk. Ook niet verkeerd. De hals is nog aardig in vorm, daar hoeft nog geen slap vel weggesneden te worden. Maar dan die borsten! Menige vrouw laat zich tegewoordig met een paar siliconen of met zout water gevulde zakjes een cup D aanmeten; die heb ik dus al. Zeg maar gerust een E-cup. Ik begrijp niet dat een vrouw vrijwillig kiest voor zo'n duo zwaargewichten, die je nekpijn, schouderpijn en onethisch uitziende sportBH's bezorgt. Hoera voor mevrouw Dekkers, die de goden zij gedankt leuke BH's voor grote borsten maakt. Nee, ik wil dus een pondje minder. Aan elke kant graag. 't Is dat ik zo retebang ben voor chirurgen en hun gereedschap, anders had ik het allang laten doen. Ik vrees dat ik nu gewoon oud word met mijn ballast.

Mijn buik is weer heel andere koek, daar heeft een kind in gezeten en dat kun je zien. Wat striae rechts, die in de laatste maand van de zwangerschap nog opdoken. Verdorie, al dat gesmeer met olie voor niks geweest. En verder maak ik die buikspieren in de sportschool wekelijks een beetje moe, zodat ze wat strakker gaan staan. Ooit. Voorlopig hebben ze er echter nog geen zin in. Ik heb een buik en ik zit er niet mee. Maar dokter Schumacher zou vast een volledige vetschortverwijdering willen doen, een 'tummy tuck.' Nee dank u, ik sport 'm wel weg.

Mijn benen zijn lang en mooi, ook nu ze wat steviger zijn. Cellulitis, ja natuurlijk heb ik dat. Welke vrouw niet? Die gefotoshopte gladde benen in de bladen zijn heus niet echt. Als we van dat beeld uit moeten gaan heeft elke vrouw een liposuctie nodig. Daar zijn de plastisch chirurgen het vast mee eens. Ktsjing!

Tussen mijn benen is het allemaal in orde. De linker binnenste schaamlip is wat groter dan de rechter, maar dat heb ik nog nooit raar gevonden en de vriendjes die ik gehad heb, heb ik er nooit over gehoord. Na de bevalling van mijn zoon had ik het idee dat mijn vagina ontploft was, maar toen ik na een paar weken durfde te kijken, zag het eruit zoals het er altijd uit had gezien. Daar was ik vreselijk verbaasd over en tegelijkertijd ongelofelijk trots op. Wat geweldig dat de natuur ervoor zorgt dat alles zich zo goed herstelt, na zo'n enorm zwaar werk als een bevalling. Ik ben blij met een lichaam dat zo hard werken kan.

Kort samengevat: aan mijn lijf geen polonaise. Geen messen, geen botox, geen opvulling; niet alleen omdat ik er niet zoveel in zie, maar ook uit angst voor operaties en narcose. Bovendien ben ik blij met wat me gegeven is en vind ik de overdreven verering van het lichaam zonde van mijn tijd. Ik koester me in de liefde van mijn naasten, die me mooi, lief en sexy vinden omdat ik Esther ben, en niet omdat ik een Playboyvagina heb of een uitgezogen wespentaille.

Rest mij wel de vraag, uit een enorme nieuwsgierigheid: nietliefjes, zouden jullie iets aan je lichaam willen doen, nu of in de toekomst? Indien nee, waarom niet en zoja, waarom wel? En, beste lezer, hoe denkt u over uw lichaam? Wilt u er iets aan veranderen of is het goed zoals het is?



11 09 07 | # | 11:20 | esther | zestien reacties




Ik kon er niks aan doen

Onderwerp: onzekerheid
Geschreven door: Octavie

Welke moeder laat haar kind doodgaan?
Welke moeder kan niet er niet tegen als haar kind huilt?
Welke moeder wil haar kind niet meer zien?

De allerveiligste plek voor een kindje is de buik van zijn moeder. Zacht, warm, de innigste omhelzing die een moeder haar kind kan geven. De liefhebbendste koestering. Hier kan je niks gebeuren, lief kleintje, hier is het goed. 
Voor mijn eerste kindje was mijn buik de doodskist. De plek waar het ziek werd en stierf en dat alles zonder dat ik het doorhad. Ik zwangerde er vrolijk op los terwijl mijn kind langzaam uitdoofde. En daar moest ik voor boeten. Ik was een slechte moeder.

Dat ik tijdens mijn zwangerschap van Dochter negen maanden kotsziek was, dat had ik verdiend. Dat ik in continue doodsangst leefde dat ook dit kind zou sterven, dat was mijn lot. Dat ik een bevalling from hell had, logisch. Ik was een slechte moeder.

Dochter werd geboren. Wat was ze groot en dik en roze. Ze leek in niks op het kleine, donkerrode babytje dat we hadden begraven bij ons appelboompje. Dat kleine kindje dat ik nooit warm en spartelend in mijn armen had mogen houden. 
En nu had ik dit. Een kind dat ik niet kende met een gezichtje dat me zelfs niet in de verste verte bekend voorkwam. En jemig, wat krijste het. Het krijste aan één stuk. Uren, dagen, maanden. Ik dacht vluchtig aan mijn immer stille kindje bij mijn appelboom. En verschoonde zuchtend een luier.

Tien maanden lang huilde Dochter. En ik was daas en geduldig en draaide mijn routine emotieloos af. Met tien maanden kon ze lopen en verdwenen de huilbuien als sneeuw voor de zon. 
Nu ze van me weg kan lopen, is ze blij, schoot als een bliksemflits door mijn hoofd. 
Want ik was een slechte moeder.
En ik zakte in elkaar en schreeuwde, liggend op de grond, dat ik mijn kind nooit meer wilde zien.

Het was een lange, modderige weg om het denkwolkje dat gilde dat ik een slechte moeder was kapot te prikken, en te vervangen door een wolkje met Ik doe het goed erin. Om de onzekere moeder weg te boksen door de zelfverzekerde. Om emoties te voelen en mee te kunnen huilen met mijn kind. Want dat is wat goede moeders doen.

Er ging een kindje dood in mijn buik. 
Maar ik kon er niks aan doen.
Ik kon niet tegen de huilbuien van Dochter. 
Maar ik kon er niks aan doen.
Ik wilde mijn kind niet zien. 
Maar ik kon er niks aan doen.


09 09 07 | # | 10:52 | octavie | twaalf reacties




Luna leeft altijd in onzekere tijden

Onderwerp: onzekerheid
Geschreven door: Luna

Is het alweer 18.00? Nee, dat kan niet. Oh, nee. Dat kan niet! Nee! Ik heb vandaag maar 2 opdrachten afgemaakt! Veel te weinig. Wat mailtjes beantwoord. Boodschappen gedaan. Naar het postkantoor wat pakketjes gebracht. Stukje gepost op m’n weblog. M’n bedrijfssite ge-upload. Veel te weinig. Veel te weinig. Ik was al om 8.00 wakker. Oh ja, eerst soep gemaakt, maar die was in een half uur klaar. Ik had veel meer kunnen doen. Veel meer. Oh ja, ook nog even met vriend F. gebeld. Was toch ook wel een half uur. Oh ja, ook met m’n moeder. En ik heb een was gedraaid en opgehangen. En ik ben misschien ook iets te lang blijven hangen in dat ene boek met die pinguïns. En als ik nou gewoon dat ene wijntje niet genomen had tijdens ‘Oprah’, dan had ik daarna misschien iets harder door kunnen werken.
Ik moet altijd nog zoveel doen. Altijd nog meer. Ik doe te weinig naar mijn eigen maatstaven. Ik lees te weinig. Ik ga te weinig naar het theater, de bioscoop, het cabaret, naar musea. Ik heb gewoon te weinig tijd. Hoe doen anderen dat? Die zitten vast de hele dag wél volledig geconcentreerd te werken. En die hebben dan ook nog genoeg tijd voor hun administratie en het doen van leuke dingen en het bijhouden van sociale contacten. Ik ga verkeerd om met m’n tijd. Ik kan gewoon geen volledige 100%-concentratie opbrengen voor datgene waar ik mee bezig ben, ik laat me te snel afleiden door het geluidje van een binnenkomende e-mail, want die moet ik toch even lezen. En misschien wel reageren. En als ik op de radio een mooi liedje hoor, dan moet ik die meteen even downloaden. Zie ik een flard van een pulp-documentaire dan moet ik ‘m meteen helemaal afzien. Heb ik een goed idee, dan moet ik alles meteen helemaal, maar uiteindelijk wel half, gaan uitwerken.
Om aan het einde van de dag bijna altijd het gevoel te hebben dat ik ergens tekort heb geschoten. Niet genoeg heb gedaan. Niet het volledige uit die dag heb gehaald. Dat ik méér had kunnen doen. Meer had moeten doen. Ik ben voortdurend bang dat ik tijd te kort kom. Tijd te kort heb. Ik ben het Wit Konijn uit Alice in Wonderland: “Oh Dear, Oh Dear, I shall be too late.” Maar te laat voor wat? Ik ben eigenlijk vooral bang dat ik niet op tijd zal inzien dat dat wat ik wél elke dag doe, zie, voel, of beleef. Dat dat gewoon genoeg is.

06 09 07 | # | 14:46 | luna | tien reacties




Lelijke Arjan

Mijn onzekerheid

 ‘Je krijgt tien seconden en dan gaan we je pakken.’ De lelijkste van het stel, Arjan, grijnst naar me en zwaait met de stok die hij in zijn handen heeft. Zijn vriendjes en vriendinnetjes achter hem grijnzen mee. Mijn hart klopt als een bezetene in mijn borstkas. Ik weet dat ik niet hard kan rennen en ik weet dat ze me te pakken krijgen. Ik durf niet te denken aan wat er dan gebeurt. Ze haten me, maar ik weet niet waarom. ‘Omdat je te lang bent’, ‘omdat je te netjes praat’, ‘omdat je te moeilijke woorden gebruikt.’ Ik heb het allemaal al eens gehoord en heb inmiddels begrepen dat ik afwijk van de norm, dat ik anders wordt gevonden. En nu, vandaag, heb ik het gevoel dat ik dood moet. Dat ik zo anders ben dat ik niet mag bestaan. Als ik lelijke blonde Arjan hoor tellen, begin ik te rennen. Net op tijd weet ik bij het eerste het beste huis aan te bellen en mag ik naar binnen om volkomen in paniek mijn moeder te bellen. Buiten staat een hijgende meute enge kinderen voor de deur, woedend over het feit dat ik ontsnapt ben. Een week later zit ik op een andere school, waar ik in een warm bad beland van kinderen die dat zielige meisje weleens even gaan verwennen. Ik laat het me allemaal aanleunen, maar helen doe ik niet. Daar is de tijd die ik op deze school doorbreng te kort voor.

In de jaren daarna kan ik bijna niet geloven dat ik vrienden maak. Maar ik maak ze. Ze vinden me niet te lang, netjes praten doen ze zelf ook en de moeilijke woorden gebruik ik in stukjes voor de schoolkrant. Wel weeg ik elk woord dat ik zeg, ga ik alle gesprekken na in mijn hoofd en als ik denk iets verkeerds gezegd te hebben, bel ik doodzenuwachtig het betreffende vriendinnetje om te checken of ze me nog aardig vindt. Maar het went, vrienden hebben; het went dat ze mij willen hebben. Langzaamaan durf ik iemand te zijn.

Veel later pas besef ik hoe onzekerheid over mijn eigen zijn me gesloopt heeft van binnen. Ik praat mensen na, laat mijn natuurlijke felheid achterwege, doe alles voor iedereen om aardig gevonden te worden. Het begint me enorm te irriteren dat ik naar buiten een heel ander gezicht toon dan hoe ik eigenlijk ben. Het wegstoppen van alles aan mezelf wat anderen zou kunnen irriteren is een tweede natuur geworden. Ik kots ervan. Ik wil het niet meer. Mijn eigen zelf begint zich een weg naar buiten te banen.

Het lukt me, zeker na het krijgen van mijn zoon, om een gevoel van zekerheid te vinden over wie ik ben en wat ik kan. Moeder zijn kan ik. Zelfs als ik op mijn tandvlees loop kan ik liefhebben. Partner zijn kan ik. Verpleegkundige zijn kan ik en schrijven, een levenslange passie die ik even kwijt was, pik ik weer op en ik blijk het nog te kunnen. Maar dan Esther zijn. Dat meisje dat als tweejarige de microfoon pakte op verjaardagen en vol zelfvertrouwen liedjes ging zingen voor de visite. Dat zesjarige meisje dat apetrots was op haar eerste zelfgeschreven verhaaltje. Het meisje van dertien dat met getuite lippen in de spiegel keek en dacht: ik kan best fotomodel worden. Het meisje van twintig dat eindelijk een laaggesneden truitje durfde te dragen en trots was op haar volle borsten. De vrouw die weduwe werd op haar drie-en-twintigste en toch haar studie afmaakte. De vrouw die een kind baarde en zich daardoor ijzersterk voelde. Die vrouw, dat meisje, ze zijn er allebei en ze laten zich gelden. Maar de onzekerheid blijft en steekt in tijden van vermoeidheid zijn giftige kop omhoog. Als alles te goed gaat zegt die kop:’je wordt vast ziek’, ‘je gaat jong dood’, ‘zit dat bultje er nog? Het is vast iets ergs’. 

De zekerheid, de overtuiging dat alles goed afloopt in het leven, dat ik er mag zijn, die ben ik ergens kwijtgeraakt en heb ik tot op heden nog niet teruggevonden. Mijn zelfverzekerdheid gaat hand in hand met zelfdestructie.

Mijn onzekerheid heeft het gezicht van lelijke Arjan.

04 09 07 | # | 23:42 | esther | 18 reacties




gevoelens

“Nee ik hoef niet te eten. Ik heb niet zo’n honger. Bovendien mogen er best wat pondjes van af. Want die leuke broek die pas ik niet meer. Net nu ik er op mijn leukst uit wilde zien”.

“Vind je me sexy in deze outfit? Sexy? Ik ben de preutsheid zelve joh. Angelina Jolie die is sexy. En dun, heel dun. En heel mooi trouwens. Prachtig zelfs. Daar kun je mij toch niet mee vergelijken?

“Zie ik daar nu een grijze haar? Shit, ik moet nodig naar de kapper. Mijn haar zit stom en ik word grijs. Ik wil niet oud worden, je bent al jonger dan ik, wat moet je met zo’n oud meisje?”

“Wat lachte ik net dom om jouw grap. Ik hinnikte heel raar op het eind. Zou je me nog wel leuk vinden met m’n domme lachje? En ik probeerde nog wel zo charmant te doen”.

“Waarom sms je niet terug? Zie je nou wel. Je vindt me niet meer leuk. Of staat het geluid van mijn mobiel uit? Doet mijn mobiel het überhaupt nog wel?”

“Zei je nou dat je me mooi vindt? Mij? Haha, laat me niet lachen. Kirsten Dunst, die is pas mooi. Ik ben te klein en heb een buikje en een beugel. En nee, daar is niets schattigs aan. Heus niet”.

“Wat kijk je lang naar me? Heb ik een pukkel of zo? Je vindt me zo lief? Het allerliefst zelfs? Weet je wie er lief is? Penelope Cruz. Die heeft zelfs nog Maria Theresa geholpen. En die is ook nog mooi. Echt heel mooi”.

Pfff. Verliefdheid is de ergste onzekerheid die er is. Opeens ben ik weer een puber. Hoe lief je ook tegen me praat. Hoeveel mooie woorden je ook in m’n oor fluistert. Ik twijfel. Omdat ik net te vaak teleurgesteld ben. En omdat ik bang ben om kwijt te raken wat ik voor m’n gevoel nog niet heb. Maar tegelijkertijd is het de mooiste zekerheid die er is. Opeens ben ik weer een puber. En voel ik me weer jong, mooi, begeerd, schattig, lief, sexy en leuk. Ik voel mijn gevoelens. Ultieme gevoelens. Ik voel. Ik leef.



03 09 07 | # | 20:22 | kaat | zeven reacties




De grote overschreeuw

Ik ben bang. Voor snelle attracties, grote hoogten en mooie mensen. Voor controleverlies, verantwoordelijkheid en alleen zijn. Voor imperfectie, nieuwe dingen en op een podium staan. Voor vorsende blikken, vreemde geuren en vliegtuigen. Voor fascisten, lange reizen en mijn spiegelbeeld. Voor dwangneuroses, soa's en spijt. Voor camera's met flits, kanker en mensen met veel geld. Voor doodgaan, falen en liefdesverdriet. Voor andere vrouwen, zingen en post ontvangen. Voor verslaving, grote spinnen en nachtmerries. Voor openheid, isolement en oorlog. Voor autorijden, mislukkingen en seks. Voor de toekomst, mijzelf en afwijzingen. Voor lelijk schrijven, te veel meningen en de eerste indruk. Voor verwijten, sleur en harde praters. Voor Windows, de belastingdienst en mijn slaapgewoonten. Voor onomkeerbare dingen, patstellingen en impasses. Voor vreemde steden, volgzame mensen en verveling. Voor ouderdom, game over en De Telegraaf. Voor bijna alles.

En dus rook ik, neem ik autorijles, praat ik hard, loop ik naar het randje van elke rots, word ik journalist, tart ik het lot, ga ik op mijn zestiende het huis uit, verdiep ik me in extreem-rechts, reis ik veel, vrij ik onveilig, ga ik in over-de-kop-dingen, verlaat ik mijn vrienden, zet ik mijn foto op internet, ga ik vrijwel zeker dood, lift ik op mijn vijftiende het land uit, hang ik spiegels op, ga ik spinnen te lijf, word ik lead singer, trouw ik en scheid ik, koop ik huizen, verhuis ik naar een ander land, doe ik investeringen, ben ik onbesuisd, laat ik me fotograferen, ben ik slordig, ga ik op een podium staan, heb ik duizendeneen relaties, dweep ik met mooie mensen, wil ik veel geld, neem ik te veel hooi op mijn vork, zoek ik vriendinnen, ontvang ik veel post, verf ik mijn haar, ben ik ambitieus, laat ik steken vallen, maak ik het altijd uit, gebruik ik drugs, neem ik ontslag, word ik ouder.

Ik kan namelijk veel harder schreeuwen dan mijn angst.



01 09 07 | # | 18:32 | zezunja | zeven reacties