![]() | |
![]() ![]() ![]()
01 Feb - 28 Feb 2007 01 Mrt - 31 Mrt 2007 01 Apr - 30 Apr 2007 01 Mei - 31 Mei 2007 01 Jun - 30 Jun 2007 01 Jul - 31 Jul 2007 01 Aug - 31 Aug 2007 01 Sep - 30 Sep 2007 01 Okt - 31 Okt 2007 01 Nov - 30 Nov 2007 01 Dec - 31 Dec 2007 01 Jan - 31 Jan 2008 01 Feb - 28 Feb 2008 01 Apr - 30 Apr 2008 ![]()
jonn2 (De soundtrack van…): comment5, yuiop159.rack11… anna (Mijn post- post- …): gay blowjobs gay blowjobs… Leahdkkw (Mijn post- post- …): Very funny pictures prete… frenk (Mijn post- post- …): fran dresher blowjobs fra… bobby (Mijn post- post- …): teenjobs teenjobs porn cl… Ioegnnrq (Mijn post- post- …): Best Site good looking nn… Ioegnnrq (Mijn post- post- …): Best Site good looking nn… Amyonurb (Mijn post- post- …): Cool site goodluck :) tee… Mvxazqej (Mijn post- post- …): cool site man young pussy… Gslpjobu (Mijn post- post- …): Gloomy tales sex stories … Xaexbouo (Mijn post- post- …): Best Site Good Work artis… Wibafngw (Mijn post- post- …): Very funny pictures lipst… viagra (Mijn post- post- …): I bookmarked this guestbo… viagra (Mijn post- post- …): I want to say – thank you… Cpchveqj (Mijn post- post- …): Best Site good looking ma… ![]() Alle content © Niet Lief Collectief Deze website is ontworpen door Luna |
Ik kan het niet Onder de douche zie ik ze opeens: rode stipjesvlekken. Overal. Het is lang geleden dat ik me onzekerder heb gevoeld dan goed voor me is. Dat onaangename en wiebelig knagende gevoel maakt mij rood gevlekt. Ik ben een omgekeerde kabouterspillebeenpaddestoel. Wit met rode stippen. Steek mij in een kerststukje. Verblijd me met een kabouter. Dat meisje mag niet afzwemmen, ze heeft rode hond”. Het meisje had geen rode hond, ze was ervan overtuigd niet goed genoeg te kunnen zwemmen, klimmen, rekenen, logeren, rennen, fietsen en tekenen. Perfectionisme en onzekerheid vormen geen gelukkig paar. Op de spreukentegeltjes, die aan de muur van mijn kinderkamer hingen, stond geschreven “ik kan het niet” en “ik durf het niet”. “Jij hebt dikke billen”, zei hij. “Jij hebt geen tanden in je mond”, kaatste ik. Bij het naar huis gaan kwam het tandenwisselende fietsenrekjongetje me gedag zeggen: “Jij bent echt een gave juf”. Ik hing nieuwe spreukentegeltjes op. “Dit kan ik” en “dit durf ik”, betekenden veilig en vlekloos. Veilig bleek geen synoniem voor geluk. Een paar maanden geleden stapte ik een nieuwe wereld binnen. Een vers toekomstperspectief brengt een vocabulaire en bijbehorende handelingen met zich mee die nog niet van mij zijn, maar die ik leen van mensen die “het” écht kunnen. “Ik kan het niet”, is terug in mijn hoofd, maar aan “ik durf het niet” wil ik niet meer toegeven. Met angst en beven wacht ik tot mijn nieuwe leenidentiteit lek geprikt wordt, in volle overtuiging dat het moment komt dat iemand zegt dat ik niet goed genoeg kan luisteren, masseren, schrijven, diagnoses stellen en zingen. Ik ben een omgekeerde kabouterspillebeenpaddestoel. Wit met rode stippen. Steek mij in een kerststukje. Verblijd me met een kabouter. Of nee, doe eigenlijk maar niet. Ik zou het kerststukje verpesten of de kabouter doodongelukkig maken. Ik weet het zeker. (niet)Liefjes, Onder het motto gedeelde smart is halve smart, is mijn opdracht voor jullie: Schrijf een verhaal over jouw onzekerheid of zekerheid. Liefs, Polle 31 08 07 | # | 18:04 | polle | vier reacties Luna in de kerk De kerk is niet mijn ding. De kerk voelt nep. De dominee die gisteren tussen de kerkliedjes door praatte, is niet mijn ding. Die dominee kende vriendin R. niet zoals ze was. Je kan lekker lullen over een licht en een lamp en dat we haar allemaal alleen te leen hadden van God, maar ze is wel gewoon dood, dacht ik. Geef jij maar eens een goede reden waarom God vond dat de uitleenperiode voorbij was, dacht ik. Probeer jij dat maar eens uit te leggen. En als je dan toch bezig bent, vertel me dan ook even hoe ik mijn geloof in de evolutie in moet passen in de Bijbel en dit hele verhaal wat jij me nu aan het vertellen bent. Dat dacht ik allemaal, maar ondertussen deed die dominee wel gewoon zijn werk en als je het zo ziet, dan heeft hij z’n werk goed gedaan gisteren. Maar gisteren was niet mijn afscheid, al was het erg mooi om vriendin R. weer terug te brengen naar haar Friesland. Met vriendin L. en vriend F. met 160 over de Afsluitdijk. Mijn afscheid was maandag, toen ik bij vriendin R. thuis was. “Hoe gaat het?”, vroeg ik aan haar vriend D. terwijl hij m’n jas ophing. “Ik ben een beetje zenuwachtig”, zei hij. “Voor de uitvaart morgen?”, vroeg ik. “Nee, voor nu”, zei hij, “voor jou, ik wil dat jij op een goede manier afscheid kan nemen.” Dus ik nam afscheid terwijl ik samen met R.’s vriend een kopje thee dronk aan haar bed, want ze was nog gewoon thuis. Gezellig met z’n drieën. Ze lag in de huiskamer, op een bed met bloemen en foto’s eromheen. Ze had een prachtige Indiase jurk aan en ze leek, voor heel eventjes, een prinses met alles erop en eraan. En toen vriend D. even wegging naar de keuken, zodat ik ook in m’n eentje afscheid kon nemen, toen durfde ik pas goed te kijken naar mijn vriendinnetje R. in haar kist. En toen pas durfde ik ook te voelen. Te voelen dat ze echt dood was. En ik ben blij dat ik haar heb gezien en gevoeld, anders had ik het misschien wel niet geloofd. Het was fijn om haar thuis nog een zoen te kunnen geven. Het was fijn om met haar vriend over haar te praten. En het was erg fijn om de afgelopen dagen lieve woorden van bekenden en onbekenden te horen. Zelfs in de kerk. In juli 2002 stierf mijn vriendin R. aan kanker. Van alles naar niets in 2 maanden. Ik ben nooit zo van de 'mooie' stukjes, eerder van de 'goede' stukjes, of van de 'grappige' stukjes. Maar dit bovenstaande stukje is 1 van de weinigen die ik zelf als 'mooi' durf te omschrijven. 28 08 07 | # | 20:42 | luna | 18 reacties Pleidooi voor roze wolk Ze zit op de schommel en denkt: -Als je groot bent dan weet je het allemaal. Dan weet je de antwoorden op alle vragen in de hele wereld. Zelfs op de hele moeilijke.- Ze buigt haar benen. Als de schommel achterwaarts op het hoogste punt is, strekt ze haar benen naar voren. Hoger wil ze. Schommelen tot aan de roze wolken en zien hoe het daar is. Zo schommelt ze dagen, weken, maanden en jaren achter elkaar. Op een dag lukt het niet meer. De schommel mindert vaart. Wat is de zin van een schommel als je de roze wolken niet meer kunt zien? De touwen blijven recht hangen, de plank waar ze op zit gaat niet meer heen en weer. Zo is het dus om groot te zijn. Niets meer te ontdekken. Geen antwoorden meer te zoeken. Niets meer te dromen. Niets meer voelen. Nu zelf stoppen betekent later geen gedwongen stop. Een tactiek die ze ook altijd gebruikte in de liefde. Als ze voelde dat de ander zich van haar verwijderde, dan maakte zij het uit. Beter een ander aan de kant zetten dan zelf gedumpt worden. Beter stoppen met leven voordat het leven besluit om met haar te stoppen. Haar manier van zich voorbereiden op het nieuws dat ze al zo lang verwacht. Ze wacht en wacht, maar het nieuws blijft uit. Dan zoek ik het nieuws zelf wel op, besluit ze. Ze zoekt zo goed ze kan, maar vindt niets. "Sluipmoordenaars verschuilen zich goed", waarschuwt de medisch expert. Levenslust is sterker dan zelfbescherming. Uiteindelijk wint haar hang naar intensiteit het van de bescherming die ze in de afstomping zoekt. Ze blijkt het schommelen niet verleerd. Het vizier gericht op de wolken. Dichterbij en rozer dan ooit. Durven schommelen is durven leven. De dag dat ze definitief met schommelen zal stoppen is de dag dat het verschuilspelletje gespeeld en gewonnen is. Maar niet door haar. 27 08 07 | # | 15:16 | polle | vier reacties Over hoe het ging (deel I) Het is kerstmis. We zitten aan een uitgebreide tafel met kristallen glazen en een hoop bestektoestanden. Het is een doorsnee kerst. De gastvrouw heeft vlekken op haar kerstoutfit en piekhaar van de stress. De gasten maken lome grapjes en vouwen servetten tot vliegtuigjes. De soep is geweest. Er heerst wat drukte. Soepborden moeten naar de keuken en de nieuwe gang moet opgediend worden. Hertebiefstuk. Ik kijk benepen naar de stukken vlees op een schaal. Ze zijn groot en ik verdenk ze van een bloederige binnenkant. Ik denk aan prehistorische mannen met vieze baarden die een hert geschoten hebben en het beest met huid en haar rauw verslinden. Dan klinkt er keelgeschraap. Ik ruk me los van de prehistorische mannen die in mijn hoofd inmiddels het vuur hebben uitgevonden om het hert te braden. (En wat waren ze er gelukkig mee. Nooit meer rauw vlees.) 'Ik wil wat vertellen,' zegt S. Ze is zenuwachtig en bleek. 'Ik ben in verwachting.' Het is stil. Ik bestudeer mijn hert en prik erin. Alle ogen zijn op mij gevestigd. Dan huil ik. Gierend ineens. Schuld maait door mijn hoofd. En iedereen zwijgt. Mijn mooiste log is een cyclus. Dit was deel I van een zevendelig verhaal over eh tja, over mijn grootste verdriet. De volledige serie leest u Hier. 26 08 07 | # | 18:52 | octavie | zes reacties De Ondraaglijke Lichtheid van Vandaag Het is misschien niet de mooiste, maar wel de eerste mooie die ik ooit schreef. We dronken er een kopje koffie op en praatten elkaar moed in. We fluisterden, lachten, keken en zuchtten. De zon scheen al. We reden en vonden een parkeerplaats. Natuurlijk. En voor de deur. Natuurlijk. Er was markt. Net als vier jaar geleden. We kenden de man nog. Van vier jaar geleden. We tekenden iets. We waren man en vrouw af. We bonkten elkaar op de schouder. ‘Hee, geregistreerd partner’. De man wenste ons een prettige dag. We konden nog de zon in, zei de man bij ons vertrek vrolijk. Ja, zeiden wij vrolijk. Bijna echt. We vermurwden voor de deur een agent. Hij verscheurde de bon. De zon verwarmde de dag. We knepen onze ogen toe. We kochten de zin 'The only way out is through' op muziek en we genoten. We lieten ons in de auto vermaken door Hans Teeuwen. Opgelucht lachen. Vijfenveertig kilometer verderop liet de man met stropdas ons iets tekenen. Hij wenste ons een prettige dag. We konden nog de zon in, zei hij vrolijk. Ja, zeiden we vrolijk. Bijna echt. We deden onze ringen af. We aten een verrukkelijke salade en proostten op de toekomst. We kochten de zin 'Want niets is zo ingewikkeld als niet dood zijn' en de zin 'Laat mijn verdriet altijd groter zijn dan het jouwe, zodat het eromheen kan liggen als armen' op papier. We zagen de eenden in Vinkeveen en constateerden kou op het water. We dronken er nog een biertje op. De zon bleef nog even staan en wij ook. We vergeleken onze kale vingers. Kus. En we gingen ieder ons weegs. Au! 19 mei 2004 25 08 07 | # | 11:33 | zezunja | vijf reacties Dit is het logje dat meteen in me opkwam Het samenwonen met mijn vriendje A. verliep niet vlekkeloos. Ik was een naïeve studente die nergens kwaad in zag; hij was twaalf jaar ouder en muzikant, maar ook wietteler en sjacheraar. Soms verliet hij bij nacht en ontij onze woning, 'voor zaken', en ik nam het voor zoete koek aan. Na een jaar begon langzaam te dagen, dat het niet altijd frisse zaken betrof waar A. zijn neus in stak. Ik ging vragen stellen. Ik kwam achter bepaalde geheimen. Ik stond een paar keer buiten met een ingepakte tas, klaar om voorgoed te vertrekken, maar werd dan toch door A.'s overrompelende charmes overgehaald om te blijven. En ik hield ook van hem. Van zijn zwarte ogen, zijn hinnikende lach. Van zijn niet te temperen enthousiasme. Van zijn koppigheid, van zijn rare gewoontes. Maar ik hield niet van zijn wietkwekerij. Niet van zijn 'zaakjes'. Niet van zijn onbetrouwbare vrienden. Niet van zijn baantje in een coffeeshop. Terwijl ik maar twijfelde, kregen we een woning aangeboden. Eindelijk een fatsoenlijk huis, met veel ruimte en net buiten de stad. Misschien, zo dacht ik, kunnen we hier opnieuw beginnen. Onze relatie een impuls geven. De wietkwekerij gaat niet mee, bedong ik, en we gaan ons leven op orde brengen. Het leek te lukken. A. werd rustiger, was veel vaker thuis. De rare vrienden bleven achter in de stad en kwamen niet onze kant op. Het leven samen werd iets prettiger. Ergens in augustus werd A. ziek. Een griep, dachten we. A. kreeg echter opgezwollen benen, en zag rare beelden uit zijn jeugd voorbij trekken. We raadpleegden een dokter. En nog eentje. Ze konden er niets van maken. Op dinsdag werd A. emotioneel. Hij huilde. Ik had hem nog nooit zien huilen. Hij vroeg zich af wie zijn vrienden waren. Hij voelde zich eenzaam. Dus regelde ik dat zijn beste vriend en mijn broer op ziekenbezoek kwamen. Met zijn drietjes hadden ze een fijne dag. Op donderdag hoorde ik A. uit de verte roepen. Ik werd wakker en trof hem zeer benauwd aan. Hij riep dat ik een ambulance moest bellen. Voor iemand die niets op had met dokters heel bijzonder. Ik belde meteen. Op de EHBO van een ziekenhuis zag ik langzaam zijn lange wimpers naar beneden zakken. Ik werd de ruimte uit geschoven terwijl artsen paniekerig heen en weer renden. Ik zou zijn ogen nooit meer zien. Hij werd gereanimeerd en daarna slapende gehouden. Na een dag vol onderzoeken bleek dat hij een hartklepontsteking had. De volgende dag werd in een negen uur durende operatie een nieuwe hartklep geplaatst. In mijn verwarde, emotionele toestand hoorde ik hem steeds roepen in mijn hoofd. Ik voelde aan dat hij het niet ging redden, en beantwoordde zijn roep: ga maar. Ga maar. Dat deed hij. De operatie op zich was geslaagd, maar de overige organen hadden het allemaal opgegeven. In overleg met ook zijn ouders werden alle machines stilgezet die hem in leven hielden. Ik heb zijn lichaam zelf afgelegd, en kreeg hulp van mijn vader en broer, omdat zijn opgezwollen lichaam moeilijk in zijn spijkerbroek paste. Wat hield ik verschrikkelijk veel van hen op dat moment. De crematie was zoals crematies zijn, alleen liepen er bij A. honden en kinderen los, kon men kadootjes in zijn kist leggen en een boodschap op de deksel schrijven. Na afloop werd er een joint gerookt door zijn vrienden in de tuin. A. is nog altijd op de achtergrond aanwezig in mijn hoofd, zoals een zoemtoon waar je aan gewend bent. Nu ik met J. ben, mijn grote liefde en M. heb, mijn allergrootste liefde, zit A. ver weg in een laatje. Maar soms. Soms is hij er ineens, levensgroot. Zoals vandaag. 24 08 07 | # | 13:03 | esther | twaalf reacties Altijd Lieve collectiefgenoten, Hieronder vinden jullie het, wat ik zelf het mooiste logje vind, dat ik ooit heb geplaatst. Jullie voelen hem vast al aankomen... Wat vinden jullie je mooiste log? Ik ben benieuwd. liefs,
Kaat
Ooit spraken we de woorden altijd tegen elkaar uit. 23 08 07 | # | 22:15 | kaat | vijf reacties Nu en meteen Het zit zo. Ik wilde een verkorte opleiding voor verpleegkundige gaan doen, maar de opleidingen waren net allemaal omgegooid en je kon nog nergens echt terecht. Scholen noch ziekenhuizen hadden hun zaakjes helemaal op een rijtje. Brievenschrijvert die ik ben, schreef ik een boze brief naar de Volkskrant. Over dat er zo gezeurd werd over een tekort aan verpleegkundigen, en dat ik stond te trappelen er eentje te worden, maar dat ik nergens in de opleiding kon omdat het overal zo ongeorganiseerd was. De brief werd geplaatst en via de redactie kreeg ik een telefoontje van een ziekenhuis in Haarlem. Of ik morgen kon komen solliciteren, want zij waren er klaar voor. Zoiets. Nu haat ik het OV omdat ik ongeduldig ben, altijd alles nu, meteen en subiet wil en het me allemaal veel te langzaam gaat. De reis van Amsterdam Osdorp naar de rand van Haarlem bleek ook nog eens een onmogelijk lange met het OV, terwijl mijn flat en het ziekenhuis goed 20 kilometer hemelsbreed van elkaar verwijderd waren. Mijn frustraties over de reis kon ik blijkbaar goed verbergen, want ik werd aangenomen als leerling-verpleegkundige. Dat betekende echter ook avond- en nachtdiensten draaien en dat zou onmogelijk zijn met deze OV-verbinding. 'Rijbewijs! Rijbewijs!' loeide het in mijn hoofd. Ik zou eraan moeten geloven. Mijn ouders, die dachten dat het nooit meer zou gaan gebeuren, trokken blij verrast hun portefeuille. En ik heb ze niet teleurgesteld. Het zit zo. Ik haalde mijn theorie in één keer. Ik haalde mijn rijbewijs in één keer. Alles nu, meteen, subiet willen hebben is naast irritant namelijk soms best handig. Het maakt je zo gedreven iets te halen dat dat ook meteen lukt. Sindsdien heb ik er alleen maar profijt van gehad. En nu ik in het verre Drenthe woon dank ik ook Boeddha op m'n blote knietjes dat ik een auto heb. Kan ik tenminste nu, meteen en subiet naar Amsterdam als ik mijn familie en vriendinnetjes te erg mis. 18 08 07 | # | 12:56 | esther | zes reacties mijn vrijheid Jaren lang heb ik mijn rijbewijs halen uitgesteld. Elke jaar had ik wel een nieuw excuus variërend van "Ik ga studeren. Wat is de toevoegde waarde van een rijbewijs als ik een ov heb?" tot “Ik woon midden in Amsterdam, waar zou ik die auto in godsnaam moeten parkeren?” Allemaal bullshit natuurlijk. Ik wilde gewoon niet opgaan voor m’n rijbewijs omdat ik bang was dat ik zou zakken. Dat was op mijn negentiende en op mijn vijfentwintigste namelijk al gebeurd. Uiteindelijk stopte ik op mijn tweeëndertigste met mijn baan en wat peper in mijn reet. Solliciteren zou een stuk makkelijker gaan mét rijbewijs dan zonder dus ik moest en zou het halen. En wel nu. Voor de zekerheid sloot ik toch maar een examengarantie af. Dat bleek wel nodig, want pas in de herkansing kon ik mijn zenuwen zo onder controle houden dat ik best goed reed. Want ik kon het best, dat rijden. Dat mag ook wel na zo’n honderd lessen verspreid over veertien jaar. Maar goed, uiteindelijk haalde ik m’n rijbewijs. De Dijk zong ooit: “Een man weet pas wat hij mist als ze er niet is”, deze vrouw wist pas wat ze gemist had toen het er wel was. Ik kan mezelf wel voor m’n kop slaan dat ik het roze papiertje pas zo laat heb gehaald. Mijn auto is mijn vrijheid, mijn onafhankelijkheid, mijn ik – kan – alles – doen – want – ik – zit – binnen – vijf – minuten - in - de – auto. Hoeveel een auto voor iemand kan betekenen werd me pijnlijk duidelijk toen ik dit weekend bij mijn opa was. Tot april dit jaar reed mijn tweeënnegentig jaar oude opa nog overal heen. Nu mag hij niet meer rijden. En al zou hij het nog wel mogen, hij kan het niet meer. “Gaan jullie nog wat doen deze week”, vroeg ik op een moment dat ik even niet meer wist waar ik over moest praten. “We kunnen nergens meer heen. Ze hebben mijn auto deze week opgehaald. We moeten nu alles plannen”. Mijn bon vivant opa die op zijn negentigste nog rustig een middag op en neer naar Maastricht reed en mijn oma en een koffer in de auto zette voor een weekend Parijs, is nu aan huis gekluisterd. Omdat hij niet meer kan. Hij slikte even en keek triest voor zich uit. Ik weet heel goed wat ik al die jaren gemist heb en hoop dat het nog heel lang duurt voordat ik het ooit weer moet missen. En het was dat vriend S terug naar Amsterdam reed, anders had ik plankgas teruggereden. Op mijn opa en op mijn vrijheid. Mijn opa zal ik helaas niet meer zo lang bij me hebben, maar van mijn vrijheid hoop ik tot mijn negentigste van mogen te genieten. 13 08 07 | # | 20:29 | kaat | zeven reacties Rijden is voor slimme mensen
Ja, daar schrikt u van hè.
Had u niet gedacht zeker.
U dacht: zit ze daar, in Neêrlands outback een beetje courgetten te kweken en schapen te farmen, daar móet een mens wel een vehikel kunnen besturen. Liefst een tractor, maar op zijn minst een stoere wagen. Om de onbegaanbare landwegen in het onontgonnen Zuiden fluitend, en met een stofwolk achter de kont te bestieren. Strootje in een mondhoek, elleboog uit het raam, onderwijl vrolijk wuivend op de hardwerkende plattelandslieden die goudgeel graan staan te dorsen. De vrouwen in lange schorten, de mannen met manchesterse broeken en pruimtabak tussen de bruine tanden. Van boerderij naar boerderij tuffend, op het dooie gemakje, om een paar balen stro en een mud aarpels te halen. Ja, dat dacht u, geeft u het maar eerlijk toe.
Maar nee. Rijden is voor slimme mensen, zo pleeg ik graag te zeggen. Als het op verkeer aankomt, nou, dan kun je me gerust een rund noemen, we zitten tenslotte al lekker in het boerenjargon. Zet mij op een fiets en ik zal het rijwiel bij de eerste de beste kruising tot moes rijden tegen een perkje braaf gemeentegroen. Zet mij achter een kinderwagen, zo'n ding moet men ook besturen niet waar, en ik zal het gevaarte verpulveren tegen een lantaarnpaal. Laat mij een eindje wandelen en ik zal mezelf subiet voor een automobiel werpen. Per ongeluk, dat wel, maar hoe dan ook vervelend.
Ik heb heus wel eens autogereden. Maar na zo'n lesje of honderdtien, drie rijexamens en twee theorie-examens, ontelbare natte ruggetjes, standjes van mijn instructeur, medelijdende blikken van medecursisten en gemopper van mezelf, had ik het wel gezien, dat hele rijgebeuren. Ik hou niet van al die regeltjes waar je je aan moet houden en van meerdere dingen tegelijkertijd doen. Wat dat betreft ben ik net een kerel. Vreemd eigenlijk, dat de meeste mannen wel van autorijden houden. Ik hou niet van chaos, van een kleine ruimte en van gevaarlijke toeren.
Wonen doe ik middenin de stad, reizen doe ik per fiets, bus of trein en naar de friettent kan ik tegenwoordig lopen zonder ongelukken. Het gaat prima, het gaat lekker en ik dank ons lieve heerke op mijn blote knietjes dat ik nooit meer achter een stuur hoef te kruipen.
Rijden is voor slimme mensen, en dat moest maar lekker zo blijven.
En een baal stro past trouwens best op achterop de fiets. Met een beetje geluk, niet al te veel stoplichten en tegenliggers, krijg ik het spul nog heelhuids thuis ook.
11 08 07 | # | 20:41 | octavie | tien reacties God’s gift to Polle: een navigatiesysteem De reis naar het roze papiertje voerde door een donker en dichtbegroeid bomenlandschap, over een hobbelige weg met daarin grote gaten en plotseling overstekend wild. Ik kreeg pech temidden van duizenden stammen die niet als praatpaal wilden fungeren en stond zonder benzine op de open plek in het tankstationloze bos. Ik ben een vrouw en vrouwen vinden hun weg door het donkere bos met behulp van een navigatiesysteem. Mijn auto heeft een ingebouwde, met de optie Engels of Duits sprekend. De keuze tussen Daisy en Helga was snel gemaakt. “Your route is being calculated.” Een snikhete zomer lang vakantiewerkte ik koffie serverend in een crematorium om het geld bij elkaar te verdienen dat ik nodig had om mijn rijlessen te betalen. Vier weken achtereen ging ik iedere ochtend in de voorgeschreven lelijke donkerblauwe broekrok naar Westgaarde. Een maand lang liep ik non-fashionable in de hel rond. “If possible make a U-turn.” Mijn foute instructeur liet een bos sleutels hangend aan een vinger uit het opengedraaide raampje van de Opel Astra bungelen. “Ik ga je leren schakelen. Ik leg het één keer uit. Als je het daarna nog fout doet, dan gooi ik je huissleutels uit het raam van de auto.” Eerder had hij me al geleerd hoe te parkeren achter het Centraal Station, alwaar de kofferbak openging en hij wat “dingen” uit diezelfde kofferbak overdroeg aan een niet-toevallige voorbijganger. Vervolgens plofte hij, een stapeltje bankbiljetten in zijn achterzak rijker, op de bijrijdersstoel om het blaffen van zijn instructies te hervatten. Zo wist ik na twee rijlessen, zonder navigatiesysteem, op het bevel "naar het bekende adres in de Bijlmer”, feilloos de bedoelde plek te vinden. Daar ging de enge instructeur dan steevast een half uur pissen bij zijn schoonmoeder. Of zoiets. Ik wachtte in een parkeergarage tot hij klaar was. Met de autoportieren op slot. Na tien lessen rondrijden in het criminele circuit van Amsterdam, onder begeleiding van een creepy rijinstructeur, was er van het ooit zo vurig verlangen naar het roze papiertje niets meer over. Ik hernieuwde mijn vriendschap met fiets en tram. “At the roundabout you go straight ahead. Take the second exit.” Tien jaar later probeerde ik het opnieuw. Dit keer met een geduldige dame als instructrice. De eerste keer zakte ik voor het rijexamen. Dat lag niet aan mij. Als verkeersdeelnemer ligt het namelijk altijd aan de ander en nooit aan jou. Je verwacht midden in een donker bos toch niet opeens een bus van rechts op een gelijkwaardige kruising? De tweede keer was ik tijdens het afrijden door de zenuwen volledig de weg kwijt, op een manier die niet opgelost kon worden door Daisy. De derde keer dat ik examen deed slaagde ik glorieus. De overstekende voetganger op het zebrapad die ik bijna omver reed organiseerde een gefeliciteerdmetjerijbewijsfeestje voor me. “In 300 meters you turn right.” Vanaf dat moment ben ik verslaafd aan het intrappen van het gaspedaal. Achter het stuur transformeer ik tot een kruising tussen Michael Schumacher en Henk Wijngaard. Ik vreet kilometers in mijn snelle auto met cd-wisselaar of in mijn Amerikaanse oldtimer met AM-radio. ‘Met de vlam in de pijp’, ‘Ik voel me een asfaltrocker’ en ‘Als chauffeur ben ik geboren’ vormen de soundtrack van mijn rijsessies. Zo nu en dan wordt de muziek onderbroken door de stem van Daisy, die haar aanwijzingen aan mij doorgeeft. “You have reached your destination.” 05 08 07 | # | 13:37 | polle | zeven reacties O-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit Belgen komen met één voet op het gaspedaal ter wereld en ik ben een alien. Tenminste, in de ogen van alle Belgen en bijna alle Nederlanders. Ik groeide op zonder auto, ik haalde geen rijbewijs toen ik achttien was en nu, op mijn drieëndertigste, ben ik voor het eerst in mijn leven van plan een rijbewijs te gaan halen. Vol ongeloof kijken ze me doorgaans aan, die Belgen. Vol verbijstering. Meestal volgt dan eerst nog een moment waarop ze denken me verkeerd begrepen te hebben. 'O, ge hebt genen auto, maar wel een rijbewijs?', zeggen ze dan, vooral zichzelf geruststellend. En dan komt dat moment van ongeloof en een wankelend wereldbeeld. 'Wat?! Ook geen rijbewijs?!' Het is dat die Belgen tamelijk gereserveerd zijn, want anders was mij zeker meermaals gevraagd waar het mis is gegaan. En ja, waar is het mis gegaan? Op vijf momenten in mijn leven, denk ik. Allereerst het belangrijkste: mijn ouders reden geen auto. We gingen met de slaaptrein op vakantie en in Amsterdam had je geen auto nodig. Als ik ernaar vroeg, zeiden ze steevast: niet nodig, heel duur, slecht voor het milieu en nog wat van die dingen die je als kind gelijk gelooft. Het tweede moment was mijn achttiende levensjaar. Ik had net een boedelscheiding en mijn eindexamen achter de rug. Niets in mij had eraan gedacht ook nog te sparen voor een rijbewijs, en ik kocht nog fietsen van junks in die tijd, dus aan vervoer geen gebrek. Ongemerkt ging het uitgelezen moment om te leren autorijden voorbij. Het derde moment was met mijn ex-echtgenoot. Die was dol op autorijden. En omdat hij zo'n fervent chauffeur was, bleef mijn motivatie om te gaan autorijden nihil. Hij reed me van Firenze naar Oporto en van Venetië naar de Algarve, van Deventer naar Harlingen en van Pernis naar Appingedam. En ik zat intussen lekker ceedeetjes te luisteren met mijn voeten uit het raam. Een rijbewijs was erg ver weg.
Het vierde moment was toen ik en mijn ex op de A2 naar Utrecht in een file stonden. We stonden stil in de meest linkse rijbaan, de file loste in een mum van tijd op, iedereen karde alweer met een kilometertje of zeventig per uur over de A2 en wij... wij stonden nog steeds stil. De motor was afgeslagen en weigerde verdere dienst. Toen ik doorkreeg hoe de zaken ervoor stonden - wij stonden stil en rechts van ons raasde iedereen in hoge snelheid langs ons - verstijfde ik van angst. En hoewel haast geboden was, het was immers een kwestie van seconden voordat men in de linkerrijbaan onze stilstaande auto voor zich zou zien opdoemen, sloeg ik mijn handen voor mijn ogen en jammerde ik monotoon 'o-kut-o-kut-o-kut-o-shit-o-shit-o-shit-o-kut-o-kut-o-shit'. Haha, hoezo oplossingsgericht? En tot slot: het vijfde moment was vergelijkbaar. Ik speelde op een playstationracespel met zo'n stuurtje als console. Elke keer als ik crashte deed ik mijn ogen dicht en liet ik het stuur los. Kijk, ik ben niet gek. Ik weet heus wel dat een computerspelletje niet het echte leven is, maar ik meende toch ook hierin een bevestiging te zien: als het te moeilijk en te onoverzichtelijk wordt, laat ik het stuur los. Zoek dekking, zou ik zeggen. Dat laatste zou ik maar letterlijk nemen, want tatatataaa: deze maand is het zover. Ik ben namelijk gezegend met een schoonmoeder die, jawel!, rij-instructrice is. En aangezien ook aliens af en toe een beetje moeten inburgeren, ga ik er nu echt aan geloven. Als alles volgens planning verloopt, heb ik in 2008 een rijbewijs.
Welnu, nietliefjes, mijn vraag aan jullie is: hoe rijvaardig zijn jullie? En hoe zijn jullie zo ver gekomen? Enne... hebben jullie nog tips voor mij? 02 08 07 | # | 17:47 | zezunja | zestien reacties |